Logo Expreszo

Tussen 2013 en 2016 schreef Eva columns voor Expreszo, Het tijdschrift en de online community voor Homo-, Lesbo, Bi en Transjongeren.  Een selectie:

DUS MOETEN WE ZINGEN

Eva is theatermaker en zangeres. Ze woont in een torenkamertje-van-pluk en reist met haar voorstelling door het land. Ze is altijd op zoek naar nieuwe verhalen, die ze graag vertelt in haar columns voor Expreszo.

Als theatermaker ben ik altijd op zoek naar inspiratie. Meestal zit dat hem in het dagelijkse: een gesprek op straat of het spontane verhaal van een vriend. Het zit ook in ontmoetingen die je hebt met onbekenden. En stiekem zijn dat de mooiste… Laatst volgde ik een workshop van theatermaker en grote inspiratiebron Lotte van den Berg. Haar vader Jozef –il court dans la famille- bracht mij op vierjarige leeftijd in aanraking met dat wat ik moet doen: zingen en theater maken. Door de spanning verander ik in een blije eikel. Dat heb ik wel vaker. Stresskip die ik ben.

‘Kijken’ was het hoofddoel van deze workshop. Naar de stad, de mensen en de dingen om je heen. Als voyeurs schuifelen we door het centrum van Arnhem en na verloop van tijd voelt het alsof ikonderdeel ben van een geheim genootschap waarvan de leden zich overal bevinden. Mijn eigen stadje verandert zo in het decor van een groots opgezette film.

Tijdens een opdracht gebeurt het. Ik loop de hoek om en kijk recht in de grote blauwe ogen van een jongetje van een jaar of vijf. Hij kijkt me stralend aan, ik vergeet even dat ik volwassen ben en lach terug. Huppelend gaat hij naar zijn moeder verderop. Hij danst uitbundig en zingt een kinderliedje dat ik niet ken. Om niet op te vallen doe ik net of ik naar het monsterlijke standbeeld achter hem kijk en als ik naar de moeder van het knaapje kijk, zie ik plotseling dat ze zich schaamt voor haar zoon, die zingend en dansend rond het standbeeld rent. ‘Ga je mee?’ zegt moeders en ze sjort. Hij rukt zich los en danst verder. Dit vind ik verdrietig. Mama snapt er niks van. Mama is zelf vergeten dat ze klein is geweest.

In haar pogingen om zoonlief weg te rukken bij zijn zojuist gevonden podium probeert mams iets nieuws. Ze zegt tegen het kleine mannetje: ‘Ik laat je hier achter hoor!’ Ik begin moederlief steeds minder sympathiek te vinden en stiekem hoop ik dat het jongetje iets zegt als ‘moeder, ga maar. Ik blijf.’ Maar wat er dan gebeurt is veel mooier. Het jochie zegt: ‘Mama, weet je wat zo is?’. ‘Nou?’ zegt moeder Eucalypta met tegenzin. ‘Als ik zing dan ben ik blij’ en hij grijpt met zijn armpjes om zichzelf heen. Ik voel tranen prikken in mijn ogen, ik kan er niets aan doen. Er is even niets meer, dit is een kind en ik stiekem ook. Ik was het een beetje vergeten. 

KROEGEN VAN VROEGER

Eva is theatermaker en zangeres. Ze woont in een torenkamertje-van-pluk en reist met haar voorstelling door het land. Ze is altijd op zoek naar nieuwe verhalen, die ze graag vertelt in haar columns voor Expreszo.

Wat is dat voor een armoe?!” Haar zoetgevooisde stem (lees: Rotterdamse misthoorn) schalt door de winkelstraat, terwijl ze van haar knuistjes een kommetje maakt en met haar neus tegen het glas naar binnen probeert te kijken.

Ooit zat hier mijn stamkroeg. De homokroeg waar ik met mijn beste vriend op zaterdagavond op zoek ging naar reuring, het liefst met borsten.

Afgezien van de beroepslesbiëla achter de bar en een paar verdwaalde homo’s met fluoriserende armbandjes liep het overigens niet echt storm.

Dat gaf niks. Mijn vriend en ik hadden genoeg aan elkaar. Op kosten van school (met de schoolpas van de kunstacademie kreeg je korting) vloeide de likeur rijkelijk en hadden we geweldige gesprekken tot een dronken object (M/V) het gesprek over nam en mijn vriend (geweldig theatermaker maar een even briljant hulpverlener) zijn kans schoon zag en het levensverhaal van de spons in kaart begon te brengen tot het buiten licht werd en Hannie de barvrouw ons met wallen onder haar ogen naar buiten bonjourde.

Niets van dit al in 2014. Na Den Bosch, Amsterdam, Tilburg en Arnhem werd onlangs Wilsons in Haarlem gesloten. Oorzaak? Het wereldwijde web is onverbiddelijk. Iemand leren kennen doen we niet meer met een wodka jus bij het COC,  maar via internet dating en dat soort fratsen. Het is natuurlijk een stuk simpeler en het bespaart  je een hoop drankjes aan potentiële objets d’amour, maar ik vind het jammer. Als veertienjarig lesbiëla’tje fietste ik (met de kastdeur op een kiertje) langs die paar cafés waarvan ik dacht: dit is waar het gebeurt. Niet dat ik precies wist ‘wat’ daar dan gebeurde, maar in mijn fantasie was het een soort ‘Alice in wonderland’ achtige omgeving. Dat beeld werd enigszins bijgesteld toen ik bij Hannie de beroepslesbiëla  aan de bar belandde, maar het ging om het idee: dat er een plek is waar je heen kan en in alle rust (of met de vaart erin, het is maar wat je wil) je eerste stappen kan zetten in de Wondere Wereld van de Liefde.  Ach, tijden veranderen en wij veranderen allemaal mee of we dat nou willen of niet. Hoewel ik mezelf altijd met een vorm van trots tot digibeet heb gebombardeerd moet ik toegeven dat ook ik stiekem gewoon begrijp hoe Facebook en Twitter werken. Al ben ik nog steeds koppig als het over datingsites gaat.

“We gaan echt niet naar zo’n heterotent hoor! Daar vreten ze je op!” Het subtiele stemgeluid van mijn Rotterdamse collega-zangboerin schalt weer door de straat. Mijn hakken heb ik al uitgedaan, mijn haar is ontploft en op blote pootjes loop ik naar huis. Tijden veranderen. En ik verander mee. 

ZOMAAR ONVERWACHT

Eva is theatermaker en zangeres. Ze woont in een torenkamertje-van-pluk en reist met haar voorstelling door het land. Ze is altijd op zoek naar nieuwe verhalen, die ze graag vertelt in haar columns voor Expreszo.

Bijna een jaar na mijn afstuderen maak ik de balans op: Wie ben ik? Wat ben ik? Waar gaat het allemaal naartoe? Hier begon het hele circus. Het is wonderlijk hoe vaak mensen die vragen stellen. Gewoon, uit het niets. En daar moet natuurlijk een duidelijk antwoord op komen, o zeker. Het liefst zonder gestotter en zo nonchalant mogelijk.

Na een tijdje ontstaan er dan rode vlekken en sta ik quasi ontspannen (lees: hyperventilerend) de stoere bink uit te hangen. Mijn conservatoriumdiploma leert mij dat ik muziektheatermaker, zangeres, actrice en docente ben. Juistem. Dat bekt voor geen meter. Tijd voor actie. Ik belandde in de wonderlijke wereld van de Personal Branding. Nou ben ik een ‘op-gevoel-met-charme-kan-het-ook’ type, maar gaandeweg begon ik lol te krijgen in het gehannes met mijn professionele ikje.

Ik ontdekte dat het formuleren van een brand niets meer is dan het uitpluizen van jezelf. Het blijkt (mits je iets te bieden hebt) eenvoudiger dan gedacht. Eigenlijk is er maar een ding echt moeilijk aan je geld verdienen in de kunsten en dat is accepteren dat de hobby die je je leven lang had, plaats maakt voor een vak. Met andere regels, belangen en verhoudingen. Langzaamaan begon ik me, tussen business-modellen, merktemplates en met gekleurde post-its tot onder m’n oksels, af te vragen: in hoeverre gaat het nog om schoonheid en plezier?

Het was altijd mijn passie om mooi te zingen, te spelen, te schrijven en daarmee mensen te raken. Wat blijft er over van de magie als de motorkap open gaat en alle onderdelen zorgvuldig in kaart worden gebracht? Nut en innovatie versus gevoel en magie: niet zo jofelnootje. Ondertussen ging mijn nieuwe voorstelling ‘Zielehuid’ in première, want het podium: dat blijft mijn thuis.

Zo verstreek de tijd, u weet hoe dat gaat. Tot ik onlangs het volgende mailtje ontving: “Beste mevrouw Van den Bosch, u kent mij niet maar ik was bij de première van uw voorstelling. Dat is al een tijdje geleden. Ik durfde u die avond niet aan te spreken. Later wilde ik u mailen, maar de moed ontbrak (…) Ik zit nog steeds met uw voorstelling in mijn hoofd en het laat mij maar niet los. Ik heb genoten en sinds die avond voel ik me anders. Ik heb het gevoel dat ik plotseling iets begrijp (…)”.

Heel even is het stil in mijn hoofd. Stiekem lijkt zich, zonder dat ik er te veel mijn best voor doe, mijn weg te ontvouwen. Dit is het. Het enige wat ik moet doen is niet vergeten wie ik ben.

RODE SPRUITEN

Eva is theatermaker en zangeres. Ze woont in een torenkamertje-van-pluk en reist met haar voorstelling door het land. Ze is altijd op zoek naar nieuwe verhalen, die ze graag vertelt in haar columns voor Expreszo

Sinds kort word ik geconfronteerd met een bijzonder fenomeen in de categorie ‘geen meisje meer, maar mevrouw’. Het voelt als een nieuwe toevoeging aan de lijst van duwtjes naar volwassenheid. Ik heb het over de ‘ontaarde-moeder’ blik.

Mijn werkplek is de dierentuin, waar ik nieuw materiaal schrijf en rondslenter, zowel alleen als met de bejaarde die ik op een dag uit het tehuis plukte. Mijn leasebejaarde heet Mies en is niet op haar mondje gevallen. Mies had altijd een abonnement op de dierentuin, maar inmiddels vinden de zusters (die ik geen zusters mag noemen) het te gevaarlijk. Ik snap dat niet. Mies is een stoere bink. Die rolstoel nemen we alleen mee voor de show.

Als ik Mies parkeer om koffie te halen, word ik voorbij gestormd door een loeiend, roodharig, vijfjarig kind. Hiermee begint het. Zodra zich binnen een straal van vijftien meter van mij een koter type winterpeen bevindt, word ik door het gemiddelde dierentuinpubliek boos aangekeken en soms zelfs aangesproken. Als de echte moeder van Winterpeen op de plaats delict arriveert en haar kind terug sleurt naar zijn ijsje, zie ik de verwarring in de ogen van de opvoedpolitie.

De ontaarde moeder waar ik even voor werd aangezien ebt dan weer weg en kinderloos slof ik verder. De moeke naast mij heeft een andere aanpak. Terwijl ik wacht op mijn koffie, fluistert ze: ‘Het is ook niet niks, met oma én de kleine op stap, maar wat een mooitje zeg’. Omdat het kwartje nog niet valt, knik en glimlach ik beleefd. Het schijnt als een paal boven water te staan: mijn haar is rood en hoe het kind in kwestie er ook uit ziet, als het net zulk rood haar heeft, is het een match. Hierdoor ontstaan situaties waarbij ik onbedoeld pronk met andermans kind of scheve blikken krijg bij een krijsaanval.

Toch heeft het iets, zo’n leasekind voor een paar minuten. Het veroorzaakt een subtiel gewapper van mijn eierstokken. Gelukkig kan ik vanaf nu met een gerust hart beginnen met werpen, want as we speak is het voor lesbische moeders eindelijk mogelijk om hun spruit ‘gewoon’ te erkennen en beiden het gezag te hebben. Geen ingewikkelde en kostbare adoptieprocedures meer, maar gewoon aangeven die hap. Getrouwd? Dan is het feest helemaal compleet en gelden er voor de niet-barende moeder dezelfde rechten die tot nu toe alleen voor vaders golden. Hoewel ik soms een beetje verdrietig word van het gesukkel, ben ik even heel trots op Nederland. Dit is een ongelofelijk belangrijke stap op weg naar gelijkwaardigheid. Hier gaat de vlag uit.

 

EVEN VOORSTELLEN

Het is 2004 als mij als 14 jarige net-uit-de-kast-barricade-lesbiëla de schooleditie van Expreszo onder ogen komt. Omdat het bestuur van mijn school niet bepaald ruimdenkend was, werd de stapel geleverde bladen verbannen naar een hoek in de bibliotheek. Hier begon mijn missie. Ik ben op de gang gaan uitdelen en hing posters op die – de school had net zo’n lange adem als ik – structureel werden verwijderd. Ik hield vol. Ik zou er voor zorgen dat mijn school een veilige plek zou zijn voor iedereen. Nu, tien jaar later, weet ik dat ik mijn aanpak destijds wat radicaal was en doe ik het anders. Het is een feest om columns te schrijven voor het blad waar het voor mij een beetje mee begon.

Ik ben Eva, 24, woon in Arnhem en ben vers afgestudeerd muziektheatermaker. Met mijn solovoorstelling “Woest…eindig” speel ik door het hele land en daar hoor ik de meest bijzondere verhalen, die ik graag deel. Iedere week ga ik met Mies naar de dierentuin. Zij is mijn leasebejaarde. Ik heb haar op mijn verjaardaguit het tehuis geplukt voor een uitje. Mies is 83 en een stoere bink. Daarom is Mies mijn vriend. Ik heb een vriendin met een schattig huisje waar ik kan schuilen als mijn bovenbuurman weer eens zijn studentenbestaan demonstreert.

Naast mijn columns werk ik momenteel aan een nieuwe voorstelling en ben ik bezig mijn leven als beginnend kunstenaar vorm te geven. Toen ik mijn moeder vertelde dat ik columns ging schrijven begon ze een nostalgisch‘och ja, weet je nog’ verhaal over mijn coming-out. Oudjaarsavond 2003, want als je het doet, doe het dan in stijl. Mijn moeder reageerde in de categorie “als je maar gelukkig bent”. Mijn vader – ondanks dat een eventuele schoonzoon hem door de neus werd geboord – ook.

School vereiste een andere aanpak. Omdat ik niet wilde dat er tot in den treure over geroddeld zou worden, besloot ik het iedereen zelf te vertellen. Alle 1400 leerlingen. Het duurde een week. Soms met klassen tegelijk, soms afzonderlijk. Het werkte. Twee weken was het bijster interessant en toen was het klaar. Ik was het enige openlijk lesbische meisje op een school waar 75% een islamitische achtergrond had.

Laatst passeerde ik’s avonds een groepje jongens. Terwijl ik mijn pas versnelde riep er een: “Hé Eva! Hoi! Hoe gaat het?”
Ik herken hem en zwaai. Achter me hoor ik:
“Wie was dat?!”
“Een meisje van school. Zij is lesbisch. Super stoer.”